Europese maxima voor vitaminen en mineralen

Stand van zaken, zorgen uit de sector en impactonderzoek

De Europese Commissie werkt aan de invoering van geharmoniseerde wettelijke maximumgehalten voor vitaminen en mineralen in voedingssupplementen en verrijkte levensmiddelen. Met deze stap wil de Commissie komen tot één uniforme Europese aanpak, ter vervanging van de huidige situatie waarin lidstaten zelf maximumwaarden vaststellen. Deze nationale maxima verschillen onderling aanzienlijk en worden gezien als belemmerend voor het vrije verkeer van goederen binnen de interne markt.

Eerste model geeft richting, maar roept vragen op
Begin 2025 publiceerde de Europese Commissie een eerste conceptmodel waarin wordt uitgewerkt hoe Europese maxima zouden kunnen worden vastgesteld. Hoewel het nadrukkelijk om een vroege denkrichting gaat en er nog geen concrete waarden zijn voorgesteld, biedt het document wel inzicht in de koers die de Commissie voor ogen heeft. Tegelijkertijd heeft het model geleid tot aanzienlijke zorgen binnen de voedingssupplementensector.

De wetenschappelijke basis van het model wordt gevormd door de veilige bovengrens (UL) voor vitaminen en mineralen, zoals vastgesteld door de Europese voedselveiligheidsautoriteit EFSA. De UL is de maximale dagelijkse inname waarbij bij langdurig gebruik geen nadelige gezondheidseffecten worden verwacht.

Vrije ruimte en arbitraire verdeling
In het model wordt gewerkt met het principe van ‘vrije ruimte’. Deze vrije ruimte ontstaat door van de UL een hoge inname via reguliere voeding af te trekken. De resterende hoeveelheid wordt vervolgens gelijk verdeeld over verrijkte voeding en voedingssupplementen. Deze 50/50-verdeling wordt door de sector als problematisch gezien, omdat zij arbitrair is en geen basis heeft in bestaande wetgeving. Bovendien zijn niet alle micronutriënten geschikt voor verrijking van levensmiddelen, waardoor een gelijke verdeling in de praktijk niet logisch of uitvoerbaar is.

Onvoldoende differentiatie naar leeftijdsgroepen
Een ander belangrijk aandachtspunt is dat het model slechts twee doelgroepen onderscheidt: kinderen en volwassenen. Dit doet onvoldoende recht aan de verschillen in voedingsbehoeften binnen deze brede groepen. EFSA hanteert in haar risicobeoordelingen vaak meerdere leeftijdscategorieën, zoals jonge kinderen, kinderen, adolescenten en volwassenen. Ook ontbreken in het model specifieke maxima voor voedingssupplementen voor jonge kinderen (0–3 jaar), terwijl in veel lidstaten juist voor deze groep gerichte suppletieadviezen bestaan, bijvoorbeeld voor vitamine D en vitamine K.

Worst-case scenario leidt tot lage maxima
Het model rekent met een worst-case scenario, waarbij wordt uitgegaan van de hoogste mogelijke inname via reguliere voeding, verrijkte voeding en voedingssupplementen, gedurende een heel leven. Deze zeer conservatieve benadering kan ertoe leiden dat de voorgestelde maxima extreem laag uitvallen. De nadruk ligt daarbij volledig op het vermijden van theoretische risico’s voor een hypothetische consument, terwijl de mogelijke voordelen van suppletie voor groepen met een verhoogd risico op tekorten buiten beschouwing blijven. Dit kan tot gevolg hebben dat effectieve suppletie in de praktijk nauwelijks nog mogelijk is.

De Europese branchevereniging EHPM schat dat de voorgestelde aanpak gevolgen kan hebben voor 50 tot 100 procent van de huidige voedingssupplementen met vitaminen en mineralen. Dat zou betekenen dat veel producten moeten worden aangepast of zelfs van de markt verdwijnen, met mogelijke gevolgen voor innovatie, export en de concurrentiepositie van Europese bedrijven.

Impact assessment door Deloitte
Omdat de Europese Commissie zelf geen officiële impact assessment uitvoert, hebben EHPM en Food Supplements Europe Deloitte opdracht gegeven om een uitgebreid impact assessment uit te voeren. Dit onderzoek brengt de mogelijke economische en markteffecten van de voorgestelde maxima in kaart, waaronder gevolgen voor omzet, kosten, productportfolio’s en concurrentieverhoudingen binnen de EU. Voor dit onderzoek is input vanuit de industrie essentieel; bedrijven worden via een vragenlijst uitgenodigd om relevante data aan te leveren.

Inzet van NPN
Op basis van het gepubliceerde model heeft NPN meerdere knelpunten geïdentificeerd op micronutriëntniveau. In sommige gevallen liggen de berekende maxima voor kinderen zelfs onder de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid, of blijft er onvoldoende ruimte over om bestaande tekorten effectief aan te pakken. Voor andere nutriënten zou suppletie praktisch onmogelijk worden.

NPN zet zich, samen met EHPM, actief in voor een wetenschappelijk onderbouwde, proportionele en risicogebaseerde aanpak. Daarbij pleit NPN onder meer voor differentiatie van maxima per leeftijdsgroep en voor een bredere benadering waarin zowel risico’s als gezondheidsvoordelen worden meegewogen. NPN heeft bij het ministerie van VWS aandacht gevraagd voor deze punten en heeft meegedacht over de opzet van het impact assessment. Samen met diverse leden heeft NPN bovendien aanvullende financiële middelen beschikbaar gesteld om dit onderzoek mogelijk te maken.

Vervolg en wetsvorming
Op dit moment is er nog geen concrete tijdlijn voor de invoering van Europese maxima. De Europese Commissie heeft aangegeven de gesprekken met lidstaten in het voorjaar van 2026 te willen hervatten. Daarbij is nog onduidelijk of de focus zal liggen op de algemene methodologie of op specifieke niveaus per nutriënt. Zodra het formele traject start, zal eerst een openbare call for evidence plaatsvinden, gevolgd door stakeholderconsultaties.

NPN zal haar leden en andere stakeholders blijven informeren zodra er meer duidelijkheid is over de vervolgstappen en de uitkomsten van het impact assessment.

Voor meer informatie: www.npninfo.nl